preekgestoelte
zelfstandig naamwoordBetekenis
- plaats vanwaar een geestelijke een groep gelovigen toespreekt
- plaats vanwaar iemand een groep toespreekt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| preekgestoelten | meervoud |
| preekgestoeltes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van preken zn en gestoelte zn
Woordfamilie van preekgestoelte
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| preekgestoelten | meervoud | preekgestoelte |
| preekgestoeltes | meervoud | preekgestoelte |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van preekgestoelte zijn vastgelegd.