postzak
zelfstandig naamwoord /ˈpɔ(st)sɑk/Betekenis
- zak waarin men de poststukken verzamelt en vervoert die voor een bepaalde plaats bestemd zijn
Hoe spreek je postzak uit?
/ˈpɔstsɑk/
Postzak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| postzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| postzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| postzakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van post zn en zak zn
Woordfamilie van postzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| postzakje | verkleinwoord | postzak |
| postzakjes | verkleinwoord meervoud | postzak |
| postzakken | meervoud | postzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postzak zijn vastgelegd.