postcode
zelfstandig naamwoord ˈpɔs(t)kodəBetekenis
- codering ten behoeve van de postbestelling naast naam, adres en woonplaats een elementair attribuut bij persoonsregistratie
Hoe spreek je postcode uit?
/ˈpɔstkodə/
Postcode bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| k | kat |
| o | boot |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| postcodes | meervoud |
Herkomst
samenstelling van post en code
Woordfamilie van postcode
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| postcodes | meervoud | postcode |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van postcode zijn vastgelegd.