portefeuille
zelfstandig naamwoord ˌpɔrtəˈfœyjəBetekenis
- platte houder voor geld, kredietkaarten, naamkaartjes en dergelijke
- beleidsterrein van een minister
- takenpakket dat aan een bestuurder is toevertrouwd
- samenstelling van vermogenstitels als belegging
- portemonnee,
Hoe spreek je portefeuille uit?
/ˌpɔrtəˈfœyjə/
Portefeuille bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| f | fiets |
| œy | huis |
| j | ja |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| portefeuilles | meervoud |
| portefeuilletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| portefeuilletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘opbergmap(je) voor papieren’ voor het eerst aangetroffen in 1784.
Woordfamilie van portefeuille
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| portefeuilles | meervoud | portefeuille |
| portefeuilletje | verkleinwoord | portefeuille |
| portefeuilletjes | verkleinwoord meervoud | portefeuille |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van portefeuille zijn vastgelegd.