pony
zelfstandig naamwoord ˈpɔniBetekenis
- een klein soort paard
- haardracht waarbij het haar op het voorhoofd naar voren wordt gekamd en even boven de wenkbrauwen is afgeknipt
Hoe spreek je pony uit?
/ˈpɔni/
Pony bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- paard uit een ras met een schofthoogte tot ongeveer anderhalve meter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pony's | meervoud |
| pony'tje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pony'tjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘paardje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van pony
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pony's | meervoud | pony |
| pony'tje | verkleinwoord | pony |
| pony'tjes | verkleinwoord meervoud | pony |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pony zijn vastgelegd.