poncho
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van origine Zuid-Amerikaans kledingstuk dat bestaat uit een rechthoekige doek met in het midden een gat om het hoofd door te steken
- regencape met een capuchon
- regencape
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poncho's | meervoud |
| ponchootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ponchootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘cape’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van poncho
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poncho's | meervoud | poncho |
| ponchootje | verkleinwoord | poncho |
| ponchootjes | verkleinwoord meervoud | poncho |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poncho zijn vastgelegd.