politierechter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (België) rechter van een politierechtbank
- (Nederland) rechter die alleen rechtspreekt in strafzaken die behandeld kunnen worden door één rechter
zelfstandig naamwoord — masculine
- rechter van een politierechtbank
- rechter die alleen rechtspreekt in strafzaken die behandeld kunnen worden door één rechter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| politierechters | meervoud |
| politierechtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| politierechtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van politie en rechter
Woordfamilie van politierechter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| politierechters | meervoud | politierechter |
| politierechtertje | verkleinwoord | politierechter |
| politierechtertjes | verkleinwoord meervoud | politierechter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van politierechter zijn vastgelegd.