poelier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een slager die zich richt op de verkoop van gevogelte (vlees van vogels), (met name kip), kalkoen en wild.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| poeliers | meervoud |
| poeliertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| poeliertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘handelaar in geslachte vogels en wild’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1571
Woordfamilie van poelier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| poeliers | meervoud | poelier |
| poeliertje | verkleinwoord | poelier |
| poeliertjes | verkleinwoord meervoud | poelier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van poelier zijn vastgelegd.