plurk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lomp en onbeleefd persoon
- eerstejaars student
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plurken | meervoud |
Herkomst
Oorspronkelijk gebruikt door soldaten en studenten in Nederlands-Indië; bekend sinds begin 20e eeuw. Vermenging van schurk "boef" en een ander woord (proleet of ploert).
Woordfamilie van plurk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plurken | meervoud | plurk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plurk zijn vastgelegd.