plokworst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gerookte (in de buitenlucht) gedroogde worst van grof rundvlees zonder zeen, vet varkensvlees en spek beiden grof gehakt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plokworsten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘gerookte worst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929
Woordfamilie van plokworst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plokworsten | meervoud | plokworst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plokworst zijn vastgelegd.