plokgeld
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bedrag uitgeloofd aan de hoogste bieder van een veiling
zelfstandig naamwoord — neuter
- bedrag uitgeloofd aan de hoogste bieder van een veiling die als voorlaatste heeft geboden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plokgelden | meervoud |
| plokgeldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plokgeldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van plok "pluk" en geld zn
Woordfamilie van plokgeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plokgelden | meervoud | plokgeld |
| plokgeldje | verkleinwoord | plokgeld |
| plokgeldjes | verkleinwoord meervoud | plokgeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plokgeld zijn vastgelegd.