plebisciet
zelfstandig naamwoordBetekenis
- volksstemming (over een overheidsdaad)
zelfstandig naamwoord — neuter
- stemming door het gehele volk over een overheidsdaad
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plebiscieten | meervoud |
| plebiscietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plebiscietjes | verkleinwoord, meervoud |
| plebisciets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘volksbesluit’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1865
Woordfamilie van plebisciet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plebiscieten | meervoud | plebisciet |
| plebiscietje | verkleinwoord | plebisciet |
| plebiscietjes | verkleinwoord meervoud | plebisciet |
| plebisciets | meervoud | plebisciet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plebisciet zijn vastgelegd.