plantkundige
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- een wetenschapper die de plantkunde beoefent
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plantkundigen | meervoud |
| plantkundigje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plantkundigjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van plantkundig
Herkomst
Afgeleid van plantkundig met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van plantkundige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plantkundigen | meervoud | plantkundige |
| plantkundigje | verkleinwoord | plantkundige |
| plantkundigjes | verkleinwoord meervoud | plantkundige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plantkundige zijn vastgelegd.