plangebied
zelfstandig naamwoord /ˈplɑŋɣəbit/Betekenis
- (ruimtelijke ordening) terrein waar een overheid samenhangende opvattingen of regels voor vastlegt, gronden en wateren binnen de grenzen van een ruimtelijk plan
Hoe spreek je plangebied uit?
/ˈplɑŋxəbit/
Plangebied bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| b | bak |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- terrein waar een overheid samenhangende opvattingen of regels voor vastlegt, gronden en wateren binnen de grenzen van een ruimtelijk plan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| plangebieden | meervoud |
| plangebiedje | verkleinwoord, enkelvoud |
| plangebiedjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van plan zn en gebied zn
Woordfamilie van plangebied
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| plangebieden | meervoud | plangebied |
| plangebiedje | verkleinwoord | plangebied |
| plangebiedjes | verkleinwoord meervoud | plangebied |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plangebied zijn vastgelegd.