planbord
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een bord dat aan de muur hangt waarop men kan bijhouden welke zaken wanneer en door wie gedaan moeten worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| planborden | meervoud |
| planbordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| planbordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van plannen ww en bord zn
Woordfamilie van planbord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| planborden | meervoud | planbord |
| planbordje | verkleinwoord | planbord |
| planbordjes | verkleinwoord meervoud | planbord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van planbord zijn vastgelegd.