pistool
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een semi-automatisch handvuurwapen met een langwerpig magazijn in het handvat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pistolen | meervoud |
| pistooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pistooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘vuistvuurwapen’ voor het eerst aangetroffen in 1623
Woordfamilie van pistool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pistolen | meervoud | pistool |
| pistooltje | verkleinwoord | pistool |
| pistooltjes | verkleinwoord meervoud | pistool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pistool zijn vastgelegd.