pistolet
zelfstandig naamwoord /ˌpistoˈle/Betekenis
- broodje met een kanpperige korst, in België rond, in Nederland langwerpig, met bovenop een groef
- oud type handvuurwapen met een korte loop
- benaming voor de Spaanse escudo en vergelijkbare gouden munten uit Frankrijk en Italië
- pistool
- verfspuit
- 1, broodje
Hoe spreek je pistolet uit?
/ˌpistoˈle/
Pistolet bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| i | riet |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| l | land |
| e | veel |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pistoletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pistoletjes | verkleinwoord, meervoud |
| pistolets | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘broodje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1900. In de betekenis van ‘munt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554.
Woordfamilie van pistolet
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pistoletje | verkleinwoord | pistolet |
| pistoletjes | verkleinwoord meervoud | pistolet |
| pistolets | meervoud | pistolet |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pistolet zijn vastgelegd.