pisdoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- katoenen doek die men gebruikt als vocht absorberend kledingstuk dat wordt gedragen door een incontinente persoon, met name door een baby
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pisdoeken | meervoud |
| pisdoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pisdoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pis zn en doek zn
Woordfamilie van pisdoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pisdoeken | meervoud | pisdoek |
| pisdoekje | verkleinwoord | pisdoek |
| pisdoekjes | verkleinwoord meervoud | pisdoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pisdoek zijn vastgelegd.