pimentboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoge boom in West-Indië, waarvan de bessen als specerij gebruikt worden
zelfstandig naamwoord — masculine
- Pimenta dioica hoge boom in West-Indië, waarvan de bessen als specerij gebruikt worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pimentbomen | meervoud |
| pimentboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pimentboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van piment zn en boom
Woordfamilie van pimentboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pimentbomen | meervoud | pimentboom |
| pimentboompje | verkleinwoord | pimentboom |
| pimentboompjes | verkleinwoord meervoud | pimentboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pimentboom zijn vastgelegd.