pijnstiller
zelfstandig naamwoord /'pɛːinstɪlər/Betekenis
- een middel dat de verschijnselen van een ziekte onderdrukt zonder de ziekte te genezen
Hoe spreek je pijnstiller uit?
/ˈpɛinstɪlər/
Pijnstiller bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pijnstillers | meervoud |
| pijnstillertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pijnstillertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pijn zn en stiller zn
Woordfamilie van pijnstiller
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pijnstillers | meervoud | pijnstiller |
| pijnstillertje | verkleinwoord | pijnstiller |
| pijnstillertjes | verkleinwoord meervoud | pijnstiller |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijnstiller zijn vastgelegd.