pijler
zelfstandig naamwoord ˈpɛilərBetekenis
- zuil, pilaar
Hoe spreek je pijler uit?
/ˈpɛilər/
Pijler bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als peiler.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pijlers | meervoud |
| pijlertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pijlertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘steunpilaar’ voor het eerst aangetroffen in 1430
Woordfamilie van pijler
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pijlers | meervoud | pijler |
| pijlertje | verkleinwoord | pijler |
| pijlertjes | verkleinwoord meervoud | pijler |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pijler zijn vastgelegd.