pianoleraar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die les geeft in pianospelen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pianoleraars | meervoud |
| pianoleraartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pianoleraartjes | verkleinwoord, meervoud |
| pianoleraren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van piano en leraar
Woordfamilie van pianoleraar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pianoleraars | meervoud | pianoleraar |
| pianoleraartje | verkleinwoord | pianoleraar |
| pianoleraartjes | verkleinwoord meervoud | pianoleraar |
| pianoleraren | meervoud | pianoleraar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pianoleraar zijn vastgelegd.