perfectum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voltooid tegenwoordige tijd
- vorm van het werkwoord die in het Latijn zowel de actieve als passieve voltooid tegenwoordige tijd aangeeft
- amavit = hij heeft bemind
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| perfecta | meervoud |
| perfectumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| perfectumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| perfectums | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voltooid tegenwoordige tijd’ voor het eerst aangetroffen in 1638
Woordfamilie van perfectum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| perfecta | meervoud | perfectum |
| perfectumpje | verkleinwoord | perfectum |
| perfectumpjes | verkleinwoord meervoud | perfectum |
| perfectums | meervoud | perfectum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van perfectum zijn vastgelegd.