pensioenpremie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- premie die de werknemer en/of de werkgever betaalt voor de pensioenvoorziening van de werknemer
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pensioenpremies | meervoud |
| pensioenpremietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pensioenpremietjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pensioen en premie
Woordfamilie van pensioenpremie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pensioenpremies | meervoud | pensioenpremie |
| pensioenpremietje | verkleinwoord | pensioenpremie |
| pensioenpremietjes | verkleinwoord meervoud | pensioenpremie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pensioenpremie zijn vastgelegd.