patrijspoort
zelfstandig naamwoord paˈtrɛisportBetekenis
- klein rond raam in een scheepswand dat waterdicht kan worden afgesloten
Hoe spreek je patrijspoort uit?
/paˈtrɛisport/
Patrijspoort bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| a | maan |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| o | boot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| patrijspoorten | meervoud |
| patrijspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| patrijspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘raam op schip’ voor het eerst aangetroffen in 1863
Woordfamilie van patrijspoort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| patrijspoorten | meervoud | patrijspoort |
| patrijspoortje | verkleinwoord | patrijspoort |
| patrijspoortjes | verkleinwoord meervoud | patrijspoort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van patrijspoort zijn vastgelegd.