patio
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een al dan niet omheinde binnenplaats bij een huis of ander pand
- patio
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| patio's | meervoud |
| patiootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| patiootjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘open terras’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1842
Woordfamilie van patio
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| patio's | meervoud | patio |
| patiootje | verkleinwoord | patio |
| patiootjes | verkleinwoord meervoud | patio |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van patio zijn vastgelegd.