passief
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de financiële lasten
- de lijdende vorm van het werkwoord (Latijn passivum)
- niet zelfstandig werkzaam
- gebeurend zonder dat men daarvoor actie hoeft te ondernemen
- geen actieve eigenschap bezittend
- meer schulden dan vermogen hebbend
- in de lijdende vorm staand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘lijdende vorm van het werkwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1638
Woordfamilie van passief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| passiefs | woordvorm | passief |
| passiefst | woordvorm | passief |
| passiefste | woordvorm | passief |
| passieve | woordvorm | passief |
| passiever | woordvorm | passief |
| passievere | woordvorm | passief |
| passievers | woordvorm | passief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van passief zijn vastgelegd.