paspoortcontrole
zelfstandig naamwoord ˈpɑsportkɔnˌtrɔːləBetekenis
- identificatie met behulp van een door de overheid verstrekt reisdocument om na te gaan of iemand zijn reis mag voortzetten
Hoe spreek je paspoortcontrole uit?
/ˈpɑsportkɔnˌtrɔlə/
Paspoortcontrole bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| o | boot |
| r | rood |
| t | tak |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paspoortcontroles | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paspoort zn en controle zn
Woordfamilie van paspoortcontrole
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paspoortcontroles | meervoud | paspoortcontrole |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paspoortcontrole zijn vastgelegd.