pasmunt
zelfstandig naamwoordBetekenis
- muntstuk met een kleine waarde die het mogelijk maakt om een financiële transactie precies kloppend te maken (om gepast te kunnen betalen of om als wisselgeld terug te kunnen geven)
- smeergeld
- iets wat gebruikt kan worden als opvulsel maar zonder veel waarde is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pasmunten | meervoud |
| pasmuntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pasmuntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pas zn en munt zn
Woordfamilie van pasmunt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pasmunten | meervoud | pasmunt |
| pasmuntje | verkleinwoord | pasmunt |
| pasmuntjes | verkleinwoord meervoud | pasmunt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pasmunt zijn vastgelegd.