partnerpensioen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- pensioen ten behoeve van de partner van een ongehuwd samenwonende bij overlijden van de laatste
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| partnerpensioenen | meervoud |
| partnerpensioentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| partnerpensioentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van partner en pensioen
Woordfamilie van partnerpensioen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| partnerpensioenen | meervoud | partnerpensioen |
| partnerpensioentje | verkleinwoord | partnerpensioen |
| partnerpensioentjes | verkleinwoord meervoud | partnerpensioen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van partnerpensioen zijn vastgelegd.