parlevink
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- oorspronkelijk rondtrekkende verkoper, later vooral iemand die vanuit een bootje allerlei artikelen aan consumenten verkoopt
- vink die in de buurt van de vinkenbaan rondvliegt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parlevinken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parlevinken
- gebiedende wijs van parlevinken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van parlevinken
Vervoeging van parlevink
parlevinkhele werkwoord
Herkomst
afleiding van parlevinken