parkbos
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aangelegd bos met wandelfaciliteiten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parkbossen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van park zn en bos zn
Woordfamilie van parkbos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parkbossen | meervoud | parkbos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parkbos zijn vastgelegd.