parkachtig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- lijkend op of eigenschappen hebbend van een park
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| parkachtige | verbogen, stellende trap |
| parkachtiger | onverbogen, vergrotende trap |
| parkachtigere | verbogen, vergrotende trap |
| parkachtigers | partitief, vergrotende trap |
| parkachtigs | partitief, stellende trap |
| parkachtigst | onverbogen, overtreffende trap |
| parkachtigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van park met het achtervoegsel -achtig
Woordfamilie van parkachtig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| parkachtige | verbogen vorm | parkachtig |
| parkachtiger | vergrotende trap | parkachtig |
| parkachtigere | verbogen vergrotende trap | parkachtig |
| parkachtigers | partitieve vergrotende trap | parkachtig |
| parkachtigs | partitive, positive | parkachtig |
| parkachtigst | uninflected, superlative | parkachtig |
| parkachtigste | inflected, superlative | parkachtig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van parkachtig zijn vastgelegd.