paria
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een persoon die buiten alle aanvaarde kasten valt; een uitgestotene
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een persoon die buiten alle aanvaarde kasten valt; een uitgestotene, onaanraakbare
- uitgestotene in algemene zin
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paria's | meervoud |
| pariaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pariaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verstoteling, iemand van de laagste kaste’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1724
Woordfamilie van paria
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paria's | meervoud | paria |
| pariaatje | verkleinwoord | paria |
| pariaatjes | verkleinwoord meervoud | paria |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paria zijn vastgelegd.