paplepel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- kleine lepel waarmee een kind pap gevoerd wordt
zelfstandig naamwoord — masculine
- kleine lepel waarmee een kind pap [1] gevoerd krijgt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paplepels | meervoud |
| paplepeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paplepeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pap en lepel
Woordfamilie van paplepel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paplepels | meervoud | paplepel |
| paplepeltje | verkleinwoord | paplepel |
| paplepeltjes | verkleinwoord meervoud | paplepel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paplepel zijn vastgelegd.