papaver
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plantengeslacht waarin ook de opiumpapaver thuis hoort
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- benaming voor planten uit het geslacht Papaver, waarin ook de opiumpapaver thuishoort
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| papavers | meervoud |
| papavertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| papavertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1543
Woordfamilie van papaver
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| papavers | meervoud | papaver |
| papavertje | verkleinwoord | papaver |
| papavertjes | verkleinwoord meervoud | papaver |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van papaver zijn vastgelegd.