pamper
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈpɛmpərBetekenis
- wegwerpluier van kunststof die veel vocht kan opnemen
- verwennen, vertroetelen
Hoe spreek je pamper uit?
/ˈpɛmpər/
Pamper bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- soort horsmakreel die voorkomt in de Caraïben Trachinotus falcatus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pampers | enkelvoud |
| pampertje | verkleinwoord |
| pampertjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pamperen
- gebiedende wijs van pamperen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pamperen
Vervoeging van pamper
pamperhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘wegwerpluier’ voor het eerst aangetroffen in 1989
Woordfamilie van pamper
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pampers | enkelvoud | pamper |
| pampertje | verkleinwoord | pamper |
| pampertjes | verkleinwoord | pamper |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pamper zijn vastgelegd.