pakketzegel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- postzegel voor het frankeren van postpakketten
- postpakketzegel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pakketzegels | meervoud |
| pakketzegeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pakketzegeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van pakket en zegel
Woordfamilie van pakketzegel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pakketzegels | meervoud | pakketzegel |
| pakketzegeltje | verkleinwoord | pakketzegel |
| pakketzegeltjes | verkleinwoord meervoud | pakketzegel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pakketzegel zijn vastgelegd.