paastijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijd rond Pasen
- de vijftig dagen tussen Pasen en Pinksteren in
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paastijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paas zn en tijd zn
Woordfamilie van paastijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paastijden | meervoud | paastijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paastijd zijn vastgelegd.