paasmis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de mis die in de rooms-katholieke, oosters-orthodoxe en oriëntaals-orthodoxe kerken op de ochtend van de paaszondag gevierd wordt in aansluiting op de paaswake, na de Goede Week
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paasmissen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van pasen zn en mis zn
Woordfamilie van paasmis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paasmissen | meervoud | paasmis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paasmis zijn vastgelegd.