paasbloem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- volksnaam voor een bloem die rond de Pasen bloeit
- kleurrijk jurkje dat meisjes met Pasen dragen
- meisje dat een paasbloem draagt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paasbloemen | meervoud |
| paasbloempje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paasbloempjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van Pasen zn en bloem zn
Woordfamilie van paasbloem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paasbloemen | meervoud | paasbloem |
| paasbloempje | verkleinwoord | paasbloem |
| paasbloempjes | verkleinwoord meervoud | paasbloem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paasbloem zijn vastgelegd.