paardenbiefstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een lap paardenvlees van de bovenbil
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paardenbiefstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| paardenbiefstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| paardenbiefstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van paard en biefstuk met het invoegsel -en-
Woordfamilie van paardenbiefstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paardenbiefstukje | verkleinwoord | paardenbiefstuk |
| paardenbiefstukjes | verkleinwoord meervoud | paardenbiefstuk |
| paardenbiefstukken | meervoud | paardenbiefstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van paardenbiefstuk zijn vastgelegd.