overwerkt
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- ziek door te veel drukte en gedoe op je werk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overwerkte | verbogen, stellende trap |
| overwerkter | onverbogen, vergrotende trap |
| overwerktere | verbogen, vergrotende trap |
| overwerkters | partitief, vergrotende trap |
| overwerkts | partitief, stellende trap |
| overwerktst | onverbogen, overtreffende trap |
| overwerktste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overwerken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overwerken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overwerken
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overwerken
- gebiedende wijs meervoud van overwerken
- voltooid deelwoord van overwerken
Vervoeging van overwerkt
overwerkthele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van overwerken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel
Woordfamilie van overwerkt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overwerkter | vergrotende trap | overwerkt |
| overwerktere | verbogen vergrotende trap | overwerkt |
| overwerkters | partitieve vergrotende trap | overwerkt |
| overwerkts | partitive, positive | overwerkt |
| overwerktst | uninflected, superlative | overwerkt |
| overwerktste | inflected, superlative | overwerkt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overwerkt zijn vastgelegd.