overschoen
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een (vaak rubberen) schoen die ter bescherming tegen nat en vuil over een andere wordt aangetrokken
- condoom (uit: Mieters! Door Wim Daniels)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overschoenen | meervoud |
| overschoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overschoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van over en schoen
Woordfamilie van overschoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overschoenen | meervoud | overschoen |
| overschoentje | verkleinwoord | overschoen |
| overschoentjes | verkleinwoord meervoud | overschoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overschoen zijn vastgelegd.