overheid
zelfstandig naamwoord /ˈovərɦɛit/Betekenis
- het geheel aan gezagvoerende lichamen
- een gezagvoerend lichaam als werkgever of bedrijf
Hoe spreek je overheid uit?
/ˈovərhɛit/
Overheid bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overheden | meervoud |
| overheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lichaam waarbij het openbaar gezag berust’ voor het eerst aangetroffen in 1526
Woordfamilie van overheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overheden | meervoud | overheid |
| overheidje | verkleinwoord | overheid |
| overheidjes | verkleinwoord meervoud | overheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overheid zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- overheidsapparaat
- overheidsbedrijf
- overheidsbeleid
- overheidsbemoeienis
- overheidsbemoeiing
- overheidsbijdrage
- overheidscommunicatie
- overheidsconsumptie
- overheidsdienst
- overheidsfinanciën
- overheidsfunctie
- overheidsgebouw
- overheidsgeld
- overheidsgezag
- overheidsingrijpen
- overheidsinstelling
- overheidsinterventie
- overheidsloket
- overheidsmaatregel
- overheidsmanagement
- overheidsopdracht
- overheidsorganisatie
- overheidspapier
- overheidspersoneel