oudheidkundige
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die archeologie heeft gestudeerd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oudheidkundigen | meervoud |
| oudheidkundigetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| oudheidkundigetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van oudheidkundig
Herkomst
Afgeleid van oudheidkundig met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van oudheidkundige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oudheidkundigeje | woordvorm | oudheidkundige |
| oudheidkundigejes | meervoud | oudheidkundige |
| oudheidkundigen | meervoud | oudheidkundige |
| oudheidkundigetje | verkleinwoord | oudheidkundige |
| oudheidkundigetjes | verkleinwoord meervoud | oudheidkundige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oudheidkundige zijn vastgelegd.