oudheid
zelfstandig naamwoord /ɑʊ̭tɦɛɪ̭t/Betekenis
- het tijdperk van de geschiedenis van de prehistorie tot de middeleeuwen
- een overblijfsel uit 1
Hoe spreek je oudheid uit?
/ɑʊ̭thɛi̭t/
Oudheid bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| ʊ | boek |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
zelfstandig naamwoord
- een overblijfsel uit [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oudheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van oud met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van oudheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oudheden | meervoud | oudheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oudheid zijn vastgelegd.