oudgediende
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɑutxəˌdindəBetekenis
- iemand die in het verleden ergens gewerkt heeft
- iemand die al lang ergens werkt, een veteraan
Hoe spreek je oudgediende uit?
/ˈɑutxəˌdində/
Oudgediende bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑu | koud |
| t | tak |
| x | acht |
| ə | de |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oudgedienden | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van oudgediend
Herkomst
zn: afgeleid van oudgediend bn met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van oudgediende
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oudgedienden | meervoud | oudgediende |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oudgediende zijn vastgelegd.