tiende
rangtelwoord, zelfstandig naamwoord ˈtindəBetekenis
- nummer tien in een rij
- gedeeld door tien, tien procent
- tijdsduur van 0,1 seconde
- (joods) Bijbelse verplichting een tiende van de opbrengsten van het land aan de priesters af te staan
- (christelijk) kerkbelasting, gebaseerd op de Bijbelse verpllichting
- belasting ter grootte van een evenredig deel van de opbrengsten, gegroeid uit de eerdere kerkbelasting
- tiende dag van een maand
- reeks van tien opeenvolgende kaarten in dezelfde kleur
- tiende
- tiende (belasting door tiendrecht)
Hoe spreek je tiende uit?
/ˈtində/
Tiende bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| i | riet |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- Bijbelse verplichting een tiende van de opbrengsten van het land aan de priesters af te staan
- kerkbelasting, gebaseerd op de Bijbelse verplichting
Herkomst
afgeleid van het hoofdtelwoord tien met het achtervoegsel -de