oud-rector
zelfstandig naamwoordBetekenis
- voormalig rector
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| oud-rectoren | meervoud |
| oud-rectors | meervoud |
Herkomst
samenstelling van oud bn "voormalig" en rector zn , volgens spellingregel 6.I geschreven met een koppelteken
Woordfamilie van oud-rector
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| oud-rectoren | meervoud | oud-rector |
| oud-rectors | meervoud | oud-rector |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van oud-rector zijn vastgelegd.